La Borne. Ik heb er mooie herinneringen aan. En ook mijn gezin heeft er zich al enkele keren goed geamuseerd... Maxime praat nog over de boxer van bij Linard. God hebbe zijn ziel, zou ik zeggen, die van Linard althans en onder de voorwaarde dat die bij elkaar vertoeven, God en Linard dan.
Het staat daar momenteel in vuur en vlam, La Borne dan. Het "11ème Rencontre Internationale Professionnelle du 20 septembre au 12 octobre 2010" vindt daar nu plaats, nu, op dit moment. Noch tijd, noch energie, noch organisatie laten mij toe er lijflijk aanwezig te zijn, maar mij hart is er wel. Net zoals het hart van andere keramisten die graag houtovens zien stoken... Soms heb je gewoon andere prioriteiten dan keramische hoogtijdagen. Jammer genoeg.
Maar stel dat jullie even een vrij weekend zouden hebben, het is niet zo ver, ga de sfeer snuiven, ga kijken hoe het vuur de hemel in lichterlaaie zet, warm je (keramisch) hart, het is de moeite!
Op Facebook kan je ook mee volgen, o.a. David Whitehead zet regelmatig iets online...
Ik moet het hier noodgedwongen houden bij een Belgisch weekend, Zandbergse Kermis met oliebollen van de Chiro en een cross waarbij de jongste zoon net derde werd. Een beetje steunen, net wat je zegt...
Maar mijn warmbloedig hartje, da's... even niet thuis.
Posts tonen met het label La Borne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label La Borne. Alle posts tonen
zaterdag 25 september 2010
donderdag 9 juli 2009
M.J. Original
(Bovenstaand kasteel is ook niet Neverland of Disneyland.)
Geef mij maar Frans. Geen venten, klei! Bij De Koploper zitten een aantal zeer speciale kleisoorten in het aanbod, hoofdzakelijk Franse, de M.J. is daar een van. Voluit M.J. Original, grès Roux de Treigny, klinkt bijna van adel. Treigny is een gemeente in het departement l'Yonne, streek van de Bourgogne, ten zuiden van Parijs. Op grotere schaal is deze streek verbonden met de Puisaye, in het departement Cher, in de streek Centre. Er zijn kleigroeven en in de buurt kan je er het met houtovens bezaaide dropje La Borne (75 km) bezoeken. Het ziet er zwart van de pottenbakkers en keramisten!
Toeristisch gezien vind je in Treigny een kerk die zo imposant is dat ze de bijnaam kathedraal waardig draagt.
En voor de meer gespecialiseerde toeristen, kan je tijdens het seizoen doorlopend het prachtige kasteel van Ratilly inlopen om wat... jawel, keramiek te gaan bekijken. Dát is het dus, het kasteel bovenaan dit artikeltje.

De klei nu.
M.J. daar ben ik nog niet uit, waar die letters voor staan. M = Moutiers? Original, dat wil zeggen dat het de klei is zoals ze gewonnen en verwerkt wordt, al eeuwenlang door de mensen uit de streek, voor de fabricatie van steengoed. Je vindt ook verschillende melanges met andere kleisoorten, vandaar Original.
Roux, de rosse, duidt op de kleur. Na de biscuitbrand is deze klei warm oranje, zachter dan terracotta en minder flets dan zalmkleur. De kleur wordt er alleen maar warmer en dieper op na de elektrische hoogstook en ze zal bijna naar metalliserend warm bruinrood gaan na reductiestook, kleuren waarmee menig kapper zijn kleurend pallet Venitiaans blond zou kunnen uitbreiden.

Naast de kleur, heb je ook de consistentie. Ze komt moeilijk en dwars uit haar verpakking. Zonder grondig kneedwerk krijg je er niet veel van gedaan. Bij deze soort klei merk je meteen het belang van een grondige beurt op de massagetafel. Heel langzaam zal ze gewillig worden, maar ze geeft haar (dr)aaibaarheid slechts met veel inspanning prijs. En dan voel je het, nu is ze klaar voor het betere werk. Als ze een beetje harder is, blijkt ook het centreerwerk je zweet te eisen. Maar als je haar ook nu kan temmen, dan bloeit ze open in al haar kwaliteiten. Zeer vlot laat ze zich openen, stabiel optrekken en plastisch in alle bochten duwen. Op de draaischijf, voor alle duidelijkheid. Als ze iets harder is, gebruik ik graag slib om haar te vormen. Het slib is trouwens nogal vuil van kleur, daar moet je beter niet bij stil staan.
Ze kan de neiging tot scheuren vertonen als je haar met water verzadigt, maar een geoefende hand kan haar terug redden en eventueel kan drogen met warme lucht de nodige stevigheid bieden om het werk te stabiliseren.
Met het afdraaien wacht je best niet te lang want al meteen zet het krimpproces zich in gang. Tussen vet droog en zanderig lederhard, zit al 5% krimp, echt enorm! Het gaat snel en is ongenadig voor montagewerk, je stukken moeten dezelfde staat van droging hebben bereikt, of alles zál scheuren. Na de stook op maximale temperatuur, heb je een totale krimp van ruim 11% bereikt, iets om te verrekenen bij je ontwerp.
De hoeveelheid ijzeroxide (bijna 3.5%) zorgt ervoor dat je er rekening moet mee houden bij de keuze van je glazuur voor steengoed. Minder dekkende glazuren zullen helemaal veranderen van kleur, andere zullen er profijt uit slaan en hun mooiste kleurengamma verrijken o.i.v. deze kwaliteit.
Het moge ondertussen duidelijk wezen, ik ga voor deze klei. Het feit dat je haar in het oog moet houden dat ze goed vochtig moet blijven, dat ze bij te veel vocht behoorlijk gaat schimmelen, dat je haar heel goed moet kneden, dat ze enorm poederig zal worden bij het drogen en dan onhandelaar wordt, dat ze dominant is bij de keuze van je glazuur... Ik neem het er allemaal graag bij. Haar grillige karakter maakt de beloning van haar gewilligheid op de draaischijf alleen maar groter. Klei is vrouwelijk, deze zeker.
donderdag 16 april 2009
De roep van de klei en de schreeuw van het vuur...

Ben deze voormiddag op uitstap geweest met mijn zoon, Maxime, naar Marnic. De schreeuw achterna.


Als er een raku-demo wordt gehouden in De Koploper, zie ik ze komen, de mannen. De mannen die "hun vrouw volgen". Madame maakt potjes of beeldekes, meneer stookt. Typisch. Typisch? Is spelen met vuur typisch mannelijk? Dan schuilt er vast een behoorlijk stel mannelijk hormonen in mijn lijf!
La Borne in Frankrijk, een pottenbakkersdorp vergeven van de houtovens, heeft me enkele jaren geleden zo een brandend verliefde ziel bezorgd. Al moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat ik er, na het eerste bezoek, een indigestie aan "pottekes, getekend door de vlam", aan overhield. Ze doen niet allemaal zo veel creatiefs met de magie van het vuur... De oven moet soms het werk afmaken, tot zelfs bijna overnemen. Maar mensen zoals Isabelle Pammachuis en Hervé Rousseau of Isabelle Coeur en David Whitehead of Charlotte Poulsen of nog zo vele andere keramisten met talent, slagen erin eigen zaken te doen die het hout stoken enkel als meerwaarde hebben. Meer dan eens keerde ik terug, met echtgenoot, met mijn drie mannen, nog een bezoekje bij Linard en iedereen verrukt...
Thuis bleef het vuur maar branden, iedere gevulde oven deed me dromen. Ik stook elektrisch en af en toe kan je het lot wat tarten, de receptjes aanpassen en iets meer "vuur" aan je werk toevoegen, maar het blijft een externe hittebron die de chemie zijn werk laat doen, maar ook niet meer dan dat. Het vraagt veel creativiteit om iets te bereiken wat een ander niet heeft.
Een gasoven, daarmee kan je ten gepaste tijden reduceren, ingrijpen op de fysieke structuur en chemische samenstelling van klei en glazuur. De houtoven, dat is helemaal het summum op dat vlak.
Bij deze beide stookmethoden is er een wezenlijk verschil met elektrisch stoken. De vlam, in je ovenruimte aanwezig, kan je gedeeltelijk de toevoer van zuurstof ontzeggen, waardoor deze zelf op zoek gaat naar instabiele verbindingen. Twijfelend zoekend, maar zelfzeker eens gevonden, stort ze zich onverbiddelijk op het slachtoffer. Haar tong likt vragend langs de huid, dringt aan, tot glazuur of klei zich vol overgave aan haar geven. Ze is dominant, maar ook speels en ver(r)assend gul, die vlam.
Tja, ik begrijp een beetje waarom het de mannen aanspreekt...
Ik wil helemaal geen houtoven voor mezelf, dat hoeft niet, maar af en toe mee mogen proeven, dat wel.
Een paar jaar geleden moest ik een verdwaalde zending op gaan halen in het verre Geraardsbergen, bij een zekere Marnic De Lange. Amper binnen troonde de man mij mee, atelier door, deur open en... Ik stond neus aan neus met de vuurspuwende draak, het vurig monster. Trots vertelde hij me alles over zijn anagama noborigama hybride-oven. Het leek Chinees voor mij. Dat was het niet, het is namelijk Japans, een Japanse houtoven.
Waarschijnlijk zag hij het vuur meteen in mijn ogen branden, want hij nodigde me op slag uit mee te stoken in de zomer. Ik draaide vlug enkele potjes en nam deel aan het gebeuren.
Het is niet goedkoop allemaal. Oven bouwen met dure stenen, dak erboven, isoleren, een dosis hout waarmee je een volwassen living een jaar lang doorheen een strenge winter én koud voor- én koud najaar loodst... Maar wat je ervoor terug krijgt...
Wel, dat kan tegen vallen. En Marnic kan het weten! De oven geraakte niet aan zijn temperatuur, glazuren waren niet uitgesmolten, stapelingen bleken niet bestand, de oven eiste zijn deel aan gebroken stukken... Iemand zei me ooit smalend dat hij lijkt te stoken om te stoken, maar ik weet dat het niet waar is. Marnic houdt inderdaad van het "ultieme keramiekfeest" dat er omheen hangt, de sfeer met gasten die komen en gaan, gasten die accordeon spelen om het werk van de stokers te verzachten, de door Marleen (zijn toegewijde vrouw) goed gevulde tafel om de stokers te verwennen, de slapeloze nachten die het hele gebeuren omringen, een zatte kop en met rook gevulde longen... Precies, dat hoort er allemaal bij.
Alsook de verscheurende gevoelens als je ziet welke tol de oven eist, hoeveel werk in vlammen opgaat, scheurt, omvalt, breekt...
Maar, na enkele stookpogingen, veel denk- en sleutelwerk, was het deze keer een triomferende stook! Alle kegeltjes meer dan plat, ze hebben zelfs mooie glazuren verwekt.
O ja, uiteraard heeft de oven ook nu weer enkele magistrale werken van Marnic vernield. Maar, de vlammen hebben ook gegeven. Ik heb het allemaal mogen meemaken. Ik ben blij om deze ervaring.
Ik zet (morgen?) ook een diareeksje op de blog, dan kan je even luisteren, luisteren ja, naar de schreeuw van het vuur. Sssst... dan hoor je ook de roep van de klei.
Abonneren op:
Posts (Atom)