woensdag 10 juni 2009

In dialoog met het water.


Naar analogie met "in dialoog met de aarde", wil ik nog eens proberen te scoren met een gegeven dat essentieel is in het keramisch verhaal. Water, in ons land niet echt een schaars element, getuige vaak het weerbericht. Gisteren was het weer zover, net toen ik thuis kwam na een lever- en boodschappenronde. In de gietende regen heb ik mogen uitladen, er zat diepvriesvis bij...IJskoude, dode vissen door de regen... Mooi beeld.


Als ik terug op het droge was en de sluispoort van de thuishaven dicht geduwd had, jawel, nét dan, scheen de zon doorheen de regen om even later het pleit te winnen. Mooi moment anders, zonneschijn door de regen. Duiveltjeskermis, zo noemden wij het waar ik opgroeide. Misschien genoot ik wel wat vaak van dat toch wel vrij unieke weertype en hield ik er hier of daar misschien een duivels trekje aan over. Plagen met pretlichtjes in de ogen. Nochtans, ik doe het niet met opzet, althans niet elke keer, gewoon de aard van 't beestje, te veel van die duiveltjeskermis.
Toch mooi, die combinatie van water en licht, hoopvol speelse druppels geven de stralen een nieuwe dimensie, iets meer kleur aan het licht.



Zand en zee, slib aan de oever, zandkastelen, moddergevecht, je voeten die wegzakken in het slib van de rivier, pottenbakken, je vingers in het slib, het contact kan haast niet intenser zijn.
Droge aarde, zo kan je van kleipoeder vertrekken. Weinigen doen het, aanlengen met water, kneden en mixen, eventueel terug wat laten drogen, weer kneden. Nogal omslachtig en meestal enkel door grootverbruikers toegepast. Of door hen die een eigen melange willen maken. Zo kan je netjes de ingrediënten afwegen om later opnieuw precies hetzelfde recept aan te maken.
Als je restjes klei plat rolt met een klei- of deegroller, kan je deze gebruiken om slib of engobe te maken. Eventueel wel de chamottekorrels eruit zeven om een crèmerige massa te maken. Leuk is hoe de aarde kreunt als je er terug water op giet. Even je oor naast het potje houden en genieten van dit blije weerzien.

En dan zit dat water erin, je doet je ding ermee en dan moet het er weer uit. Langzaam verkleurt je werkstuk, eerst bovenaan, daarna verbleekt ook de onderzijde. Best leg je de eerste dagen luchtig een vel plastiek over je werk zodat het allemaal heel geleidelijk gaat.

De laatste tijd maak ik veel gebruik van het droogprogramma van mijn oven, om zeker te zijn dat alle water verdampt is. Als je gaat stoken moet je er ook rekening mee houden dat er vele oxides in je klei en glazuur zitten. Deze verbindingen moeten de waterstofatomen lossen en gaan zich herschikken, daarom moet je langzaam aan gaan bij het opwarmen. Anders krijg je scheuren of afschilfering.

Water bewijst het onverbiddelijke karakter van keramiek, eens hoog genoeg gestookt, moet het er niks meer van weten. Poreusiteit wordt versinterd, opzuigen wordt bewaren, in kannen en kruiken.
Ooit heb ik zin gekregen een fontein te maken in keramiek en de idee laat me niet los. Ook mijn wederhelft zoekt nog vaak eens naar een mooi mechanisme om een rad te doen draaien of iets op en neer te doen bewegen. Gladde druppels, hun weg zoekend op de ruwe keramische huid of perfect hun rondingen tonend op het glazuur.

...

En terwijl ik geconcentreerd zit te typen, klettert de regen neer. Verdorie, mijn gipsen staan buiten! ik red wat er te redden valt, dat wordt weer een dagje langer drogen. Mijn volgende klant kijkt me lachend aan: "eh, ambities voor de 'wet T-shirt contest?'" Terwijl het water me langs mijn voorhoofd naar beneden parelt, voel ik het schaamrood de andere richting uit gaan.

Ja, zeg, niet seksistisch denken, hé?!

Water, inspirerend?
Heb me al eens afgevraagd of het zout van tranen invloed zou hebben op glazuur? En zou er verschil zijn in tranen van verdriet en tranen van geluk of opluchting? Een fikse stortbui of toch duiveltjeskermis?

Geen opmerkingen: